DE OPDRACHT

Bezoek aan Antwerpen

Antwerpen, 2004

Deze keer komen we zonder de kinderen. De grootouders zitten in Spanje, dus we houden open huis voor onze vrienden, een weekend lang. Lopend naar het centrum, via het Museum der Schone Kunsten, dat nog altijd dicht is voor verbouwing. De Nationalestraat, waar het altijd druk is, ook op de trottoirs, en vooral op de kleine pleintjes die langs de lengte gestrooid zijn. Via de Groenplaats duiken we de smalle straatjes rond de kathedraal. We belanden in de Pelgrom, waar we eten en Kwak drinken en Bollekes, tussen de zever en de reuring van de Antwerpenaren.

Jij bent trots, dat je je stad kunt tonen aan deze Hollanders, en toch ook een beetje sceptisch. Je vroeg je af of ze het echt zouden begrijpen, mijn goede vrienden. Calvinisten, prototype Hollanders. ‘Is dat nodig dan?’ zal ik je vragen. En zo duw ik je onbedoeld weer met je neus op de tweestrijd die altijd al in je heeft gewoed: ergens laverend tussen pleasen en opstand in, met uitschieters naar beide kanten. Ook ik kom hier al een aantal jaren en breng mijn dagelijkse leven met je door, maar ook ik zal nooit van ’t Stad worden. Ik leef en beleef de stad vollediger, maar via jou, dankzij jou. En ik houd inmiddels van beiden.

Antwerpen 2026

Het publiek is stil. We zitten met z’n honderden op klapstoeltjes in het midden van de Handelsbeurs. Rondom, onder de balustraden, staan 50 piano’s opgesteld, met studenten in aanvalsmodus. Tussen hen en het publiek zit het gerenommeerde muziekensemble, verspreid en zonder dirigent, maar net zo aanvalsbereid. J. zit in een hoek, dwarsfluit in de hand. Ik lach naar haar, tussen de mensen door.

Dit is jouw Nachleben. Gisteren reed ik de stad in via Merksem, over het staartje van de Noorderlaan, dan het aftakkertje naar het belastingskantoor waar je vader werkte, en de Leien op, net als vroeger. Deze middag liep ik naar de Botanische tuin, waar vaag een beeld in me opdoemt van regen en schuilen tussen de pilaren, en een andere keer, de file in de Leopoldstraat – hrumpff, te laat, te laat… Hier om de hoek, onder de grote baldakijn van de Theatermarkt, werd je vader onwel, en ging je mee in de ambulance, terwijl wij oma naar huis brachten. Ik loop door naar Oudaan, langs het al jaren leegstaande en verpauperde winkelblokje, richting het hart van de Wilde Zee, waar je de karakollen nooit aan je voorbij kon laten gaan. Kleine herinneringen, zoals er zovele zijn, van jou en je stad.

Wat gebeurt er in een Nachleben? Wel, het Museum der Schone Kunsten gaat eindelijk open, en je bezoekt het zonder haar. En je pakt de draad weer op, vindt een nieuwe liefde, die je niet alleen meeneemt naar ’t Stad, maar naar vele nieuwe avonturen en nieuw geluk. Je dagen vullen zich met andere bezigheden en ontmoetingen, je ademt in en je ademt uit. En je oude leven neem je mee, in je rugzak, om het er af en toe uit te pakken, in een mix van weemoed en dankbaarheid. Je draagt de herinneringen aan hen die er niet meer zijn met je mee, en zolang er aan ze gedacht wordt zullen ze nooit echt weg zijn. Dat is de opdracht die de liefde je geeft.

De muziek zet in, met een knal. Het jongetje naast me, ongeveer 7 jaar oud, schrikt ervan op. Het geluid van 50 piano’s, bespeeld op snelheid, honderd handen, vijfhonderd vingers, en gestemd op verschillende frequenties, als een straaljager die door de geluidsbarrière gaat. Maar langzaam komt er meer kleur in de muziek en de zaal wordt geraffineerd naar de volgende explosie geleid. Nu houd ik ook van heavy metal, dus ik ben akkoord.

Ik heb je begeleid, tot het einde. Ik heb gerouwd, met je kinderen en je vader en je moeder. Ik heb je vader begeleid, naar zijn einde, en daarna je moeder. En nu ook zij er niet meer zijn leef en beleef ik de stad niet meer zoals vroeger. Dat wist ik wel, maar het echte besef komt nu pas binnen, drie jaar later, als de dreun van 50 piano’s in de Handelsbeurs: ’t Stad heeft zich van mij verwijderd. Antwerpen zal me altijd dierbaar blijven, maar in plaats van thuis is het nu een bezoek. En dat bezoek zal nooit meer zonder gevoelens van melancholie zijn.

Maar dat is okay. Nogmaals, dat is de opdracht.

Plaats een reactie