YORK MINSTER, deel II

De volgende weken zijn York en de Minster nog vaak in mijn gedachten. Het is alsof er op de plek van de kathedraal iets mist. Zo maakt de Minster de stad incompleet: de massieve bombast van het gebouw heeft een gat geslagen in de kleine verwondering en de vanzelfsprekende verbinding met de eeuwen die de rest van de stad wél ademt. Nogmaals, de York Minster IS. De stad daarentegen leeft en verandert.

Maar geleidelijk vervagen de beelden en de gedachten. Zoals dat gaat, totdat je er op onverwachte manieren weer aan wordt herinnerd. Op zoek naar raven lees ik Susanna Clarke’s Jonathan Strange & Mr Norrel (Bloomsbury 2004), een fantastische vertelling over de terugkomst van magie in deze wereld. En wat schetst mijn verbazing? De locatie voor de terugkeer van de tovenarij is de York Minster, mijn bloedeloze kathedraal:

A great old church in the depths of winter is a discouraging place at the best of times; the cold of a hundred winters seems to have been preserved in its stones and to seep out of them. In the cold, dank, twilight interior of the Cathedral, the gentlemen of the [Learned Society of York Magicians] were obliged to stand and wait to be astonished (p. 28)

Net als de leden van dit genootschap had ik in de Minster moeten wachten op verwondering. Ik voeg me daarom gewillig bij de groep, en al snel luidt er een bel en klinkt er een eenzame stem:

It was extraordinarily harsh, deep and rasping; it was like two stones being scraped together and yet the sounds that were produced were clearly intended to be speech – indeed were speech. The gentlemen peered up into the gloom in fearful expectation, but all that could be seen was the small, dim shape of a stone figure that sprang out from on of the shafts of a great pillar and jutted into the gloomy void. […] Hardly the magicians had  time to digest this and to wonder some more who it was that spoke, when another stony voice began. […]  Mr Thorpe, who was a valiant gentleman, peeped into the chancel alone, to discover who it was that spoke. “It’s a statue,” he said. (pp. 28-9)

Meer en meer beelden beginnen te spreken, totdat we worden omringd door een kakofonie aan stemmen in allerlei talen en dialecten. De stemmen getuigen van alles dat ze hebben gezien, van alle generaties en gebeurtenissen sinds de bouw van de kathedraal. Eén beeld verhaalt bijvoorbeeld van moord:

Long, long ago, (said the voice), five hundred years ago or more, on a winter’s day at twilight, a young man entered the Church with a young girl with ivy leaves in her hair. There was no one else but the stones. No one to see him strangle her but the stones. He let her fall upon the stones and no one saw but the stones. He was never punished for his sin because there were no witnesses but the stones. The years went by and whenever the man entered the Church and stood among the congregation the stones cried out that this was the man who had murdered the girl with the ivy leaves wound into her hair, but no one ever heard us. But it is not too late! We know where he is buried! In ten corner of the south transept! Quick! Quick! Fetch picks! Fetch shovels! Pull up the paving stones! Dig up his bones! Let them be smashed with the shovel! Dash his skull against the pillars and break it! Let the stones have vengeance too! It is not too late! It is not too late! (p.30)

Maar het blijft niet bij een menigte stemmen: de beelden komen tot leven en sluipen langs de muren, over de bogen en op de friezen:

Mr Segundus found two stone dragons no longer than his forearm, which slipped one after the other, over and under and between stone hawthorn branches, stone hawthorn leaves, stone hawthorn roots and stone hawthorn tendrils. They moved, it seemed, with as much ease as any other creature […] Stone leaves and herbs quivered and shook as if tossed in the breeze and some of them far emulated their vegetable counterparts as to grow. Later, when the spell had broken, strands of stone ivy an stone rose briars would be discovered wound around chairs and lecterns and prayer books where no stone ivy or briars had been before. (p.32)

Letterlijk een betoverend idee! Vijf pagina’s in een boek krijgen daarmee voor mij voor elkaar wat de Minster zelf niet kon: ze brengen de kathedraal terug naar de diepte en de betovering van alledag. Ik stond daar, en hoorde de stemmen niet. Ik lees en hoor ze alsnog.

Dit is waarom we verhalen vertellen: om te verbinden, te bezielen en te betoveren. Niet de bouwmeesters, maar de mensen zelf brengen die verbinding, bezieling en betovering. Schrijvers en verhalenvertellers voorop.

Zo daagt voor mij hetzelfde besef als de leden van het genootschap:

The world had changed while the magicians had been inside the Church. Magic had returned to England whether the magicians wished it to or not. (p.33)

Blijf vertellen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: