Nachtelijke geuren

Dewdrop Tauperlen Pink Evening Primrose Dew

Nachtelijke bloemengeuren associëren wij Nederlanders normaal gesproken met het zuiden. Beroemd zijn bijvoorbeeld de jasmijnen, Datura’s en oleanders uit het Middellandse zeegebied, of de zijdebomen (Albizia), die over de hele wereld in warmere streken voorkomen. Nu het kouder wordt is het fijn om zo alvast over zomerse reizen te mijmeren, met behulp van nachtbloemen. Of kunnen we hiervoor ook terecht bij de natuur om ons heen?

Het antwoord is natuurlijk bevestigend: er zijn een aantal inheemse soorten die ’s nachts geuren. Voor hun bestuiving richten ze zich op de insecten die bij uitstek ’s nachts actief zijn: de nachtvlinders. De meest bekende zijn natuurlijk de teunisbloem en de wilde kamperfoelie.

De teunisbloem is een voorbeeld van een plant die zijn bloemkelken pas ’s avonds opent om haar geur te verspreiden. De soort is afkomstig uit de Amerika’s, maar is in zijn vele varianten (vaste plant, tweejarig, eenjarig) al weer een aantal eeuwen ingeburgerd in Europa. De nachtelijke geuren van de teunisbloem zijn te ruiken vanaf eind juni tot diep in het najaar, vaak op de wat armere, ruderale gronden, langs wandelpaden en in wegbermen.

De wilde kamperfoelie is een bosklimplant, die veel voorkomt in onze bosrijke regio’s. Haar bloei is in tegenstelling tot de teunisbloem de hele dag te bewonderen: de plant doet er richting schemering simpelweg een schepje bovenop. Maar de geur gaat pas echt los op zwoele zomeravonden, vooral als het windstil is.

En dat heeft iets romantisch, zo’n hemelse geur in combinatie met duisternis, of naderend onweer. De kamperfoelie is dan ook een geliefd onderwerp voor dichters, zoals bijvoorbeeld J.C. Bloem:

KAMPERFOELIE

Ik had niet vaak meer aan dat huis gedacht,
Noch aan dien tuin. Dit alles is verleden.
Eindlijk raakt ieder ieder leed ontgleden
Al is het hart ook bijna omgebracht.
Vanwaar dan dat, terwijl ’t ontembaar hart
Al lang naar andre, verdre dingen haakte,
Ik mij weer in ’t voormalige wist verward,
Omdat ik aan de geur dacht, zwoel en lauw,
Die van de kamperfoelie zich losmaakte
Bij ’t stijgen van den zomeravonddauw?

En met die ‘stijgende zomeravonddauw’ leeft het bos op, zeker als er regen komt. Er zijn naar het schijnt drie geurtypen die verband houden met de heerlijke geur na zomerse regen. De mix tussen deze drie geurtypen bepaalt de geur, die dan ook verschilt waar je ook bent. De eerste geur is afkomstig van bacteriën, die bij droogte hun sporen opslaan in de grond. Het verdampende regenwater en de opspringende regendruppels lanceren de geurende sporen. Een tweede geurtype worden veroorzaakt door de reactie van zuren in de regendruppels met verschillende chemische stoffen die op de aarde zijn achtergebleven. De laatste oorzaak is afkomstig van planten en bomen: zij scheiden tijdens het groeiseizoen harsen en oliën af, die bij regenval deels in de lucht terechtkomen.

Maar nu eerst, de winter!

Bronnen:

  • Deze tekst schreef ik voor het decembernummer van de Toorts, het regionale ledenblad van de IVN Zuid-Kennemerland, met als thema ‘Nachtleven’. De tekst is licht geredigeerd voor dit weblog.
  • Foto Teunisbloem & dauwdruppels: MaxPixel
  • Gedicht J.C. Bloem: DBNL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: