DICHTER TOT DE VROUW – (II) CHRISTINA ROSSETTI

Stel, je bent de jongere zuster van een beroemd Victoriaans dichter en schilder van sensuele droomvrouwen. Met zijn schilderijen wisselt je broer de vrouw – dus ook jou – in voor een tweedimensionaal droombeeld, een mannelijke projectie van een vrouw ‘not as she is, but as she fills his dream’ (‘In an Artist’s Studio’). En waar je broer het centrum van de Londense high society is, houdt de mores van de periode jou juist ultrakort. Hoe maak je ruimte voor jezelf in een wereld die vrouwen zo weinig biedt?

Christina Rossetti (1830-1894) kende het mondaine leven van dichtbij, maar zag de leegte en de vrouwonvriendelijke moraal ervan. Net als Emily Dickinson schreef ze daarom vanuit de beslotenheid van een bewust ascetisch leven. Die ascese werkt door in haar poëzie. Die poëzie gaf voor Virginia Woolf aanleiding Rossetti als volgt te beschrijven: “Op het moment dat je je ogen laaft aan de schoonheid vertelt je geest je al dat schoonheid tevergeefs is; dat schoonheid vervliegt. Dood, vergetelheid en rust stromen rond je liederen met hun donkere golven.”

Vanuit die duisternis en ascese zijn wel prachtige gedichten ontstaan. Het plagende ‘Winter: My Secret’ is voor mij een hoogtepunt:

I tell my secret? No indeed, not I:
Perhaps some day, who knows?
But not today; it froze, and blows, and snows,
And you are too curious, fie!
You want to hear it? well:
Only, my secret’s mine, and I won’t tell.

Or, after all, perhaps there’s none:
Suppose there’s no secret after all,
But only just my fun.
Today’s a nipping day, a biting day;
In which one wants a shawl.
A veil, a cloak, and other wraps:
I cannot ope to every one who taps,
And let the draughts come whistling thro’ my hall;
Come bounding and surrounding me,
Come buffeting me, astounding me,
Nipping and clipping thro’ my wraps and all.

(…)

Waar Emily Dickinson in zeker zin ambigu staat tegenover de winter (het is voor haar op een wrede manier een bescherming voor de buitenwereld), grijpt Rossetti dit seizoen met beide handen aan. Het stelt haar in staat zich te verbergen achter kleding en windsels – een spel te spelen met geheimen en illusies. Maar aan Rossetti’s sensuele geplaag zit ook een ernstige kant. Ze kiest doelbewust voor een onafhankelijke, zelfstandige positie, die ze voor haar gevoel moet verdedigen tegen de druk van een paternalistische 19e-eeuwse samenleving. ‘Winter: My Secret’ is daarmee een uitdrukking van de strijd van een vrouw om via haar dichtkunst een plek te veroveren in een koude wereld – een geheime innerlijke plek waar ze zichzelf kan zijn.

En hoewel de winter bijt, de wind waait en de vorst knabbelt aan haar omhulsels, blijft de kern exclusief bewaard voor haarzelf. Tot, als het meezit, haar zomer aanbreekt:

Perhaps some languid summer day,
When drowsy birds sing less and less,
And golden fruit is ripening to excess,
If there’s not too much sun nor too much cloud,
And the warm wind is neither still nor loud,
Perhaps my secret I may say,
Or you may guess.

————

Bron: Christina Rossetti, “Winter: My Secret” en “In an Artist’s Studio”, in: Abrams e.a., The Norton Anthology of English Literature,7th edition, Norton, New York & London, 2000

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: