OVERLEVEN

Het is winter. De oorlog is bijna voorbij, maar dat weet Murray niet. In Oflag VIII-F, een krijgsgevangenkamp in Bohemen, schrijft hij met trillende handen op grof wc-papier over zijn ‘heimat‘. Hij heeft zijn energie eigenlijk nodig om te overleven, maar hij schrijft door. Waarom? In de woestijn is hij te voet de tanks van […]

KRASSEN

Een grote folio-envelop valt op de mat. Ik scheur hem open, haal mijn hoofdstukken te voorschijn, op zoek naar de commentaren van mijn scriptiebegeleider. Het valt gelukkig mee: nog wat redactie, wat meer aanscherping, prima. Ik leg het papier naast me neer, kijk mevrouw Buitendijks aan en lach. Het begint te dagen: de eindstreep is […]

SPOREN

Toen ik vanmorgen mijn ogen opende, deed ik een schokkende ontdekking. Op de houten vloerdelen van mijn waarneming vond ik de vochtige voetsporen van een mij onbekend beest. Het dier zelf was nergens meer te bekennen, maar ik meende zijn sporen eerder te hebben gezien, diep binnendijks. Hij moet me naar mijn thuis gevolgd zijn, […]

SPRUITJES EN KOUWE KAK

Fictie als individuele levensbehoefte, ‘hoge kunst’ als een licht dat binnendringt in de grauwe kamer van een migrantenzoon, het opgaan van ‘lage kunst’ in de voorkeuren van de elite – in het cultureel supplement van het NRC van afgelopen weekend woedt de discussie over ‘hoge en lage kunst’ onverminderd voort. In “Soms heb ik geen […]

DICHTER TOT DE VROUW – Naschrift

Zeven vrouwen, zeven dichteressen, in het kader van Internationale Vrouwendag. Het idee was te kijken hoe hun positie hun kijk op de wereld beïnvloedde. Vooral hun gebruik van natuurbeelden fascineerde. Rode draad in de zeven portretten was daarom vooral ‘het zelf en de natuur’. Emily Dickinson gebruikte in ‘no. 166’ de winter als metafoor voor […]

DICHTER TOT DE VROUW – (VII) MARGARET ATWOOD

We zijn inmiddels ver van de knellende banden van Emily Dickinson: Margaret Atwood (1939) is een auteur die dusdanig ‘bevrijd’ is dat ze zich in haar werk volledig kan laten gaan. In Atwood’s poëzie trekken Moore’s ‘real toads’ uit de tuin, om gedecideerd tegen je deur te bonzen. Als dochter van een entomoloog en een […]

DICHTER TOT DE VROUW – (VI) SYLVIA PLATH

Stille wateren hebben diepe gronden. Of, in het geval van de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath (1932-1963), afgronden. Een neerwaartse kracht sleurde haar regelmatig de diepte in en daar, diep beneden, vond ze vooral haar vader, een zwaar autoritaire Pruisische militair, die zijn diabetes voor kanker aanzag en zijn gezin liet opdraven als ziekenhuispersoneel. Ze was […]

DICHTER TOT DE VROUW – (V) ELIZABETH BISHOP

Zelfmedelijden brengt geen meesterwerken voort. Elizabeth Bishop (1911-1979) wel, waarschijnlijk ook omdat ze zelfmedelijden resoluut afwees. Misschien accepteerde ze wel gewoon dat ellende bij het leven hoort. Of, wie weet, zag ze dat elke schaduw ook de aanwezigheid van licht impliceert; dat schaduw in wezen het licht en het leven mogelijk maakt. Bishop kwam met […]

DICHTER TOT DE VROUW – (IV) MARIANNE MOORE

Marianne Moore (1887-1972) was een Amerikaans dichteres, ongetrouwd en evenals Dickinson en Rossetti werkend vanuit een afgezonderde en eigenzinnige positie. Net als hen zette ze die positie om in haar kracht, creërend vanuit een beschermde ruimte. Toch was ze niet als hen in zichzelf gekeerd, maar stond ze open naar de wereld en in nauw […]

DICHTER TOT DE VROUW – (III) H.D.

H.D., oftewel Hilda Doolittle (1886-1961), is een complexe vrouw in een tijd waarin de vrouw niet geacht werd complex te zijn. Zo stopt ze met haar studie, omdat ze de druk niet aankan. Dan leeft ze enige jaren als een kluizenares, om in 1912 plotseling te besluiten haar studievriend Ezra Pound achterna te gaan en […]